Songs die een scène maken (5)

UIP

UIP

Een film zonder degelijke soundtrack is als een dampend bord spaghetti zonder kaas. Zeker nog te vreten, maar er mist gewoon iets. Zelf kap ik altijd bergen Emmentaler op mijn teljoor. Geen dogmatische muziekloze gebroeders Dardenne toestanden voor deze jongen hier!

UIP

Soms weet een soundtrack zelfs ruimschoots zijn film te overstijgen. Het schijfje gaat zijn eigen leven leiden en de platenboer kan amper de bestellingen bijhouden. Tenminste, voor de internetpiraterij een rage werd. Het record staat nog steeds op naam van The Bodyguard dat 16 miljoen stuks sleet. Maar de 8 miljoen exemplaren van Oh Brother, Where Art Thou? zijn ook lang niet slecht.

UIP

Joel & Ethan Coen baseerden hun film losjes op de Odyssee van Homeros (geschreven met een “o” i.p.v. “u”, de dichter was zo Grieks als een bakje tzatziki). Losjes als in, geen van beide knakkers had überhaupt het boek gelezen. De film is een onafgebroken aaneenschakeling van typische Coenhumor. We schrijven het Mississippi van de jaren ’30. Drie ontsnapte gevangen zwerven het land rond. Het trio bestaat uit de norse Pete Hogwallop (John Turturro), de simpele Delmar O’Donnell (Tim Blake Nelson), en de immer van een flinke lik Dapper Dan-brillantine voorziene leider Ulysses Everett McGill (een onweerstaanbare George Clooney).  Die laatste heeft zijn twee kompanen een hoop duiten beloofd. De buit van een vroegere bankoverval, netjes gedeeld door drie. Je zou voor minder de dwangarbeid voor het bekeken houden.

You seek a great fortune, you three who are now in chains. You will find a fortune, though it will not be the one you seek. But first… first you must travel a long and difficult road, a road fraught with peril.

De soundtrack van Oh Brother, Where Art Thou? staat wars van heerlijke country en bluegrass classics. Het album werd een ongeziene hit. Op de Country Music Awards van 2001 ging de soundtrack met de prijs voor album van het jaar en beste single naar huis. Die bewuste single was Man of Constant Sorrow. Ook op de Grammy’s viel de plaat en het nummer flink in de prijzen. Het nummer Man of Constant Sorrow werd voor het eerst uitgebracht in 1913 door de blinde bluegrass muzikant Richard “Dick” Burnett, toen nog onder de naam Farewell Song. Het deuntje werd sindsdien ontelbare keren gecoverd en herwerkt.

UIP

Sir, uh, the Soggy Bottom Boys have been steeped in old-timey material. Heck, we’re silly with it, ain’t we, boys?

In deze film krijgen we de vurige geharmoniseerde versie van de Soggy Bottom Boys. De welbespraakte Everett McGill en zijn mede-ontsnapten hebben dringend geld nodig. Onderweg pikken ze de jonge gitarist Tommy Johnson (Chris Thomas King) op. Die vertelt hen dat hij zijn ziel aan de duivel heeft verkocht in ruil voor onwereldse gitaarskills. Een mooie toespeling op de legendarische Amerikaanse bluesgitarist Robert Johnson, over wie tijdsgenoten fluisterden dat hij zo goed speelde, dat hij zijn ziel wel aan de gehoornde moest verpand hebben. Tommy vertelt het voortvluchtige trio dat hij op weg is naar een opnamestudio waar flink betaald wordt voor wie een stevig stukje kan zingen.

Sir, we are Negroes. All except our a-cump- uh, company-accompluh- uh, the fella that plays the gui-tar.

UIP

Wat volgt is een hilarische scène waarin het allegaartje zich voorstelt als de Soggy Bottom Boys en vervolgens de blinde radiostationman, Mr. Lund (Stephen Root), aardig in de luren leggen. De kern van de humoristische dialoog drijft op het contemporaine, hardnekkige racisme. Los van de dialoog, is de scène alleen al voor de song goud waard. De uitvoering is erg schatplichtig aan de versie van The Stanley Brothers uit 1959. Tommy speelt alsof hij de Jimi Hendrix van de jaren ’30 is, terwijl de dollartekens in de zingende Soggy Bottom Boys’ ogen blinken als opgepoetst zilverwerk.

Woooooooo-wee. Boy, that was a miiiighty fine a-pickin’ and a-singin’. I’ll tell you what, you come on in here and sign these papers here and I’m a gonna you ten dollars a piece.

Terwijl het gezelschap hun queeste verder zet, wordt hun opname een onverwachte hit. Geen huishouden in Mississippi waar de song niet uit de bakelieten Phillips buizenradio schalt. Het feit dat de bewuste radioman die de song op 78-toerenplaatjes verspreidt blind is, vormt een mooie verwijzing naar Homeros, die door het leven ging als de “blinde bard”.

Hot damn, we gotta find them boys and sign ‘em to a big fat contract. Hells Bells, Mr. Lund, if we don’t the goddamned competition will.

UIP

De zang die je hoort is trouwens helemaal niet van Clooney en co. Na wekenlang oefenen, zag Clooney zijn zanglijn alsnog sneuvelen in de eindmontage. De rechtmatige eigenaar van de hoofdzang is Dan Tyminski (van de band Union Station),  het achtergrondgezang is van Harley Allen en Pat Enright. Het nummer komt in maar liefst vier versies terug doorheen de film.

I am a man of constant sorrow, I’ve seen trouble all my days. I bid farewell to old Kentucky, the place where I was born and raised.

Aan het einde van de film krijgt het deuntje een hilarische apotheose met een volledige band. De verschroeiende muzikale doortocht levert het allegaartje kruimeldieven een staande ovatie en gratie van de staat Mississippi op. De eloquente McGill wint er zelf zijn ex-vrouw Penny (Holly Hunter) terug. In een succesvolle band spelen: al in het Mississippi van 1937 een onweerstaanbare chickmagnet.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.