Aan het Woord: Ben Wheatley

Imagine

Imagine

David

David

Op 6 juli komt het langverwachte High-Rise bij ons in de zalen, de verfilming van de cultroman van James Ballard. Regisseur is het Britse wonderkind Ben Wheatley, met wie Supercalifragilistic een gesprek had naar aanleiding van de Belgische première van zijn nieuwe film op het Off Screen Festival afgelopen maart.

High-Rise gaat over een anno 1970 hypermodern torengebouw. De strakke sociale orde die er heerst begint af te brokkelen en binnen enkele weken tijd woedt in de flat een strijd op leven en dood tussen de verschillende bewoners.

Eerst en vooral proficiat, ik ben zelf een grote fan van de roman en ik moet zeggen dat ik van elke minuut genoten heb.

Wheatley: Cool ! Alvast bedankt.

Ik vroeg me af … het project deed al heel erg lang de ronde. In de jaren zeventig was Nicolas Roeg ooit getipt als regisseur, maar meer recent waren er vergevorderde plannen met Vincenzo Natali in de regiestoel – hoe kwam de film uiteindelijk bij jou terecht ?

Wheatley: Wel, ik had het boek gelezen als tiener en recent herlas ik het. Ik vroeg me af wie de rechten bezat – ik wist eigenlijk niets over de plannen die op dat moment de ronde deden – en mijn agent vertelde me dat de rechten bij Jeremy Thomas zaten (één van de producers nvdr.) én dat de plannen met Natali op niks uitgedraaid waren. Jeremy had toevallig enkele dagen eerder Sightseers gezien en van het één kwam het ander. Eigenlijk een opeenstapeling van toevalligheden dus. Amy (de scenariste en partner vd regisseur nvdr.) wou vervolgens alle scripts die in de loop der jaren de ronde hadden gedaan negeren en helemaal terugkeren naar de oorspronkelijke tekst van de roman. Ze stelde aan de studio voor om een nieuwe versie te schrijven zonder dat ze betaald werd en dat pas wanneer er overeenstemming was over het scenario alles in gang zou worden gezet. Ze schreef een volkomen nieuw script, iedereen was er tevreden mee en dat is min of meer in ongewijzigde vorm de film geworden die we gedraaid hebben.

High Rise

Imagine

Het script blijft heel erg trouw aan de seventies-setting van de roman

Wheatley: Ja inderdaad en dat was ook absoluut nodig. Het idee van het isolement rond wat zich in het gebouw afspeelt, wordt helemaal onderuit gehaald door de sociale media. In een tijd waarin mensen zelfs desnoods een foto van hun ontbijt op het net zetten is het ondenkbaar dat zoiets extreem als de gebeurtenissen in de flat zouden beperkt blijven tot een relatief kleine groep mensen. Je kan alles aanpassen , maar dan maak je geen adaptatie meer van het boek, je vertelt dan een totaal ander verhaal. We zagen ook wel wat parallellen tussen de problemen en thema’s van de jaren zeventig en die van onze tijd.

Ja – als ik daarop inpik moet ik zeggen dat het boek voor een groot stuk nadacht over het falen van het utopisch modernisme en het failliet van die ideeën in de jaren zeventig en zeker in de jaren tachtig. Er zit in de film een briljante – toegevoegde – scène die duidelijk de link legt naar de jaren tachtig en het Thatcherisme, ik neem aan dat die extra scène uit het nieuwe script komt ?

Wheatley: Ja, absoluut. Het is nogmaals dat idee van de seventies en eighties als spiegel van de huidige tijd. Ze vertegenwoordigen twee grote politieke cyclussen in Engeland – links en rechts – en alle desillusies die voortkwamen uit het inwisselen van één ideologie voor een andere. Het boek gaat niet zozeer over een dystopia, als wel over het feit dat we in een voortdurend dystopia leven, een proces dat zich blijft herhalen. Je hoort inderdaad aan het eind de stem van Thatcher binnen zweven en die vertegenwoordigt alle vreselijke dingen die nog moeten komen – het is een cyclus die zich blijft herhalen.

Wat me opviel: de meeste van je andere films spelen in grote open ruimtes, hier zit je eigenlijk helemaal aan het andere eind van het spectrum, bewust ?

Wheatley: Wel, ik denk dat er toch een pak gelijkenissen zijn met mijn eerder werk: Down Terrace speelt in een kleine woning, maar ook in Sightseers bijvoorbeeld is er nooit echt interactie tussen de personages en de omgeving, ze zitten gevangen in caravans, kamers en hun eigen wereld. Dat zit ook in Kill List en zeker in A Field in England – eigenlijk is High-Rise een soort verticale versie van dat claustrofobische. In die zin zijn er wel degelijk veel gelijkenissen, misschien zijn ze allemaal wel een beetje té veel van hetzelfde (lacht)

En toch zitten er weinig horizontale camerabewegingen in de film, waardoor hij meer claustrofobisch aanvoelt dan pakweg Sightseers.

Wheatley: Er zijn er een paar, maar inderdaad, als er al tracking shots zijn, zijn die grotendeels diagonaal – de enige echte horizontale bewegingen dienen eigenlijk enkel om het verlaten van het gebouw te accentueren. Dus in die zin is High-Rise zeker claustrofobisch.

Er werd gefilmd in Belfast, was het zo moeilijk om nog het juiste soort gebouw te vinden in Engeland ?

Wheatley: Vele van de gebouwen in de ‘brute style’ (typische betonarchitectuur uit de jaren zestig en zeventig nvdr.) in Londen bijvoorbeeld staan er al lang niet meer. Als ze er wel nog staan, Het Barbican of andere langs de South Bank, dan zijn ze in gebruik en dat maakt het een pak moeilijker om er te filmen. Aanvankelijk was Noord-Ierland vooral aanlokkelijk omwille van de grote ondersteuning voor filmproducties die er daar bestaat, dat we uiteindelijk daar onze locatie vonden in een klein stadje aan de kust was eerder toevallig. Het is een oud sportcentrum dat jaren geleden al vervangen werd door een nieuw gebouw. Het oude staat vlak naast een politiekantoor en wellicht daarom is het nooit gekraakt of geplunderd en was het precies wat we zochten. Toen we binnen stapten was het alsof je in een tijdmachine zat – er was nooit nog iets aan gewijzigd of aangepast – alles was nog onaangeroerd. In Londen was het ofwel platgegooid, ofwel opnieuw gedecoreerd in de jaren tachtig.

High Rise

Imagine

Dat beton is natuurlijk noodzakelijk voor de thema’s die spelen in de roman. De set design in de film is uitstekend, in hoeverre was je daar zelf bij betrokken ?

Wheatley: Er waren vooraf echt heel veel tekeningen en ontwerpen. Mark (Tildesley die de Production Desgin leidde nvdr.) is een knap tekenaar en ik kan zelf ook best aardig tekenen, dus er werden heel veel ideeën aangebracht. Eén van de grootste uitdagingen was om er voor te zorgen dat er een soort eenheid ontstond. Het kan wat belachelijk klinken, maar we maakten ons zorgen over het feit of de kijkers wel zouden doorhebben dat we ons nog steeds in het gebouw bevinden wanneer we een scène hadden in de supermarkt of in het zwembad. Mark bedacht vervolgens al die betonnen constructies die overal opduiken en al die ruimtes visueel aan elkaar linken. Ze geven ook een gevoel van gewicht en logheid en ze zijn niet meteen sympathiek tegenover de menselijke bewoners, ze dringen als het ware in hun wereld binnen …

… Ja, ze doorsnijden ook voortdurend het beeld …

Wheatley: Ja inderdaad en dat speelt in op het idee dat de architect eigenlijk het welzijn van de bewoners daar al opoffert aan de glorie van zijn gebouw. Ik kwam zelf zoiets tegen in een hotel in Denemarken – wellicht een goedkope kamer – waar de kamer helemaal doorsneden werd door een gigantische betonnen zuil. Die was wellicht nodig om het gebouw overeind te houden, maar het was niet echt aangenaam om in die kamer te verblijven en dat idee heb ik gebruikt.

Eén beeld is me erg bijgebleven en ik denk niet – het is een tijdje geleden dat ik het boek voor het laatst las – dat het in de oorspronkelijke tekst terug te vinden is. Het is de scène waarin de vrouwen de was doen in het zwembad. Waar kwam die vandaan ?

Wheatley: De basis was om te laten zien hoe de vrouwen daar opnieuw bouwen aan een soort structuur die het dagelijkse leven moet ondersteunen. De mannen zijn op dat punt volkomen afgegleden richting ‘tribal warfare’ , terwijl de vrouwen alweer een soort gemeenschap gaan vormen. Het is ook een soort kijk op de kleine verhalen in de marge van het grote conflict. Het was iets waar ik in het boek enorm van hield: je had steeds het gevoel dat er allerlei processen speelden naast de hoofdlijnen, waar je maar af en toe een glimp van opving. Die scène sluit daarbij aan. Als ze dit georganiseerd hebben, dan zijn er vast nog wel allerlei zaken gaande …

Het boek is ook een soort kritiek op de architectuurideeën van bijvoorbeeld het CIAM-congres, de ‘machine to live in’ en hoe die naderhand uitgewerkt werden …

Imagine

Imagine

Wheatley: Wat in het gebouw gebeurt is uiteraard nooit echt gebeurd, ook al waren er ooit wel echte rellen in Engelse flats, maar die hadden andere oorzaken. In die zin zie ik het meer als een soort symbool voor het hele land of de hele samenleving. Ik heb ook interviews gedaan met architectuurtijdschriften en eerlijk gezegd … ik ben niet onderlegd genoeg in die theorie om al die verbanden bewust te leggen. Ik zie het dan ook niet zozeer als een kritiek op die ideeën, meer symbolisch als een kritiek op het gegeven dat je mensen in een bepaald keurslijf dwingt, hier vertaald in een flat – maar het kan ook een andere vorm aannemen.

Er is een opvallend gebruik van de schitterende ABBA – cover ‘S.O.S’ die Portishead inzong. Was het moeilijk om dat voor elkaar te krijgen ?

Wheatley: Het moest, de scène stond op die manier in het script, het mocht niet eender welke seventies-cover zijn. Ik weet dat het vrij onwaarschijnlijk klinkt, maar ik ontmoette Geoff Barrow op Twitter, ging iets drinken met hem en hij zei meteen ‘ja’. Ik moest dan ook nog de mensen van ABBA aanschrijven, die slechts zelden covers van hun nummers toelaten, maar ook zij gingen meteen akkoord.

De film vermijdt de klassieke thrillerstructuur die je evengoed zou kunnen toegepast hebben op dit soort materiaal. Was er ooit het idee om het anders aan te pakken dan wat we nu te zien krijgen ?

Wheatley: Als je enigszins trouw blijft aan het boek, mag je dat eigenlijk echt niet doen. Als je zo’n structuur gaat opdringen dan loop je het risico dat je de ritmiek van het materiaal volledig teniet doet. Je zou er inderdaad een echte thriller kunnen van maken en dan eindig je waarschijnlijk met iets als Die Hard en ongetwijfeld zou dat briljant geweest zijn (lacht) maar het had wellicht niet veel meer te maken gehad met de eigenlijk tekst.

Een laatste vraag … over visuele invloeden. Er zitten sporen in de film van Cronenbergs Shivers, Kubricks A ClockWork Orange … ben je daar bewust mee bezig tijdens het filmen ?

Wheatley: Ik probeer dat niet te doen. Er zit wel een vrij letterlijke verwijzing in naar Barry Lyndon, maar verder mag je je daar niet té veel op focussen. Wellicht draag je veel van die invloeden mee in de manier waarop je ensceneert en filmt, maar je kan nog zo proberen een scène te draaien in de stijl van Kubrick, dat maakt het nog altijd geen scène van Kubrick. In die zin maak ik geen post-moderne films in die betekenis: ik wil niet bewust dingen recycleren uit andere films. Als ik kijk naar mijn eigen films zie ik dan wel allerlei dingen die inderdaad echo’s dragen van anderen. Maar dat is echt een onbewust proces, waarbij je door veel te kijken naar het werk van bepaalde mensen dingen gaat absorberen. In die zin is ‘echo’s’ de juiste term, ik plan veel van die dingen niet op voorhand, maar ze duiken dan toch op.

Bedankt voor het gesprek en succes ook met het afwerken van Free Fire, je eerste Amerikaanse productie.

@supercalifilm volgen

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.