Aan het woord: Clio Barnard (3)

Cinéart

Cinéart

The Selfish Giant was de grote winnaar op Filmfestival Gent. Dit sociaal drama wist de aanpak van het genre te combineren met een klassiek literair verhaal. Supercali’s eigenste godfather, Didier Van Hoorebeke, had een gesprek met regisseur Clio Barnard:

De film is een combinatie van een realistisch verhaal met Oscar Wilde geworden. Waarom deze combinatie?

CB: Het is zo’n contradictorische combinatie voor mij. Het Wilde-verhaal is maar vier pagina’s lang en gaat over kinderen die uitgesloten worden. De kinderen uit de film lijken me kinderen die socio-economisch uitgesloten worden. Het oorspronkelijk verhaal gaat ook over de wonden van liefde, net als dit verhaal.

Er zijn vele thema’s in de film: uitsluiting, vriendschap, liefde en verlies,… Hoe was het om zo’n thema’s te verfilmen?

Cinéart

CB: Het is zeer moeilijk om een simpele, heldere lijn doorheen het verhaal te vinden en om tevens deze thema’s te verbinden zonder dat het overladen lijkt. Het moet simpel aanvoelen. Maar ik hoop dat als je wat rondneust in het verhaal, dat het aan complexiteit wint. Het nam heel wat tijd om het scenario juist te hebben…

Zag je jezelf mee als regisseur van het verhaal dat je geschreven hebt?

CB: Ja, het leek me zelf duidelijker dat ik het zou regisseren dan schrijven – als je begrijpt wat ik bedoel. Ik had hiervoor zélf nog nooit een fictiefilm geschreven. Aan de aanvang van het proces vroeg ik aan mijn producer of we een tweede schrijver nodig hadden. Ik stelde voor om de first draft te schrijven en dan te zien hoe ver we staan, scenario-gewijs. Maar na de first draft heb ik met een script-doctor gewerkt, Lila Rawlings, wat ik heel bevorderlijk vond. De eerste versie was veel meer uit het standpunt van de Giant. Met Lila volgde dan een soort therapiesessie. Uit onze gesprekken bleek dat ik veel meer interesse vertoonde in de kinderen. De relatie tussen Arbor (Connor Chapman) en Swifty (Shaun Thomas) was wat me echt aansprak. Ik heb besloten het scenario uit hun standpunt te herschrijven. Ik had die eerste versie nodig, om te begrijpen wat me echt nauw bij het hart lag.

Cinéart

Het is wel een interessante aanpak om verschillende standpunten uit te proberen…

CB: Veel kwam eigenlijk uit de achtergrondinformatie die ik voor de jongens had geschreven. Ik heb me gebaseerd op twee echte jongens. Ik wou de loyaliteit tussen Arbor en Swifty exploreren, met Swifty die echt verbannen wordt uit de gemeenschap. Arbor dan weer moeilijk en wuft, wat dan een contradictie vormt met hoe hij steeds voor Swifty opkomt. Hij wordt van zijn rechtvaardig pad gehaald door een fout rolmodel, Kitten (Sean Gilder). Dat verbrodt de relatie met Swifty.

De hoofdrollen werden gespeeld door jongens met weinig tot geen spelervaring. Hoe moeilijk was het om hen te regisseren?

CB: Het werd me duidelijk tijdens de casting dat deze twee jongens een enorm talent hadden voor het vertellen van, maar belangrijker, het ondergedompeld worden in een verhaal. Ze vertelden briljante verhalen uit hun eigen levens. Wat ik hieruit verstond is hoe ze zich onmiddellijk aangetrokken voelden tot het fictieve van de film. Beiden komen van waar de film werd opgenomen. Shaun berijdt al sinds een vroege leeftijd een paard en heeft al wat ervaring met het verzamelen van oud ijzer. Ze maken deel uit van deze wereld. Maar ze acteren, ze spelen iemand anders. Zo is Shaun nogal extrovert, terwijl Swifty heel verlegen is. Connor is dan weer énorm verlegen, er gebeurt heel wat binnenin hem dat hij niet verwoordt. Wat me fascineerde aan Connor’s werk is dat ik op set steeds onzeker was over zijn rol. Wanneer ik de rushes terug bekeek merkte ik dan op hoe juist hij het had. In de montagekamer merkte ik pas op hoe complex zijn prestatie was.

Cinéart

De film heeft heel wat kenmerken met de cinema van Ken Loach en Andrea Arnold. Wat vind je van deze gelijkenissen? 

CB: Kes van Loach is een grote inspiratie. Deel van die inspiratie komt uit de ervaring om deze film te bekijken met mijn kinderen toen ze klein waren. Er was ook wat frustratie van mijn kant uit van wat er momenteel in de cinema speelt. Er zijn wel een paar commerciële films voor jongeren die goed zijn, maar ik wou hen ook blootstellen aan de andere film. We zagen Ladri Di Biciclette, Les 400 Coups, Le gamin au vélo en Kes. Het zijn allemaal films over kinderen voor kinderen. Het zijn realistische fabels. Ik wou mijn film in dezelfde traditie maken.

Hoe was de samenwerking met de componist, Harry Escott?

CB: We hebben al samengewerkt voor mijn vorige film, The Arbor. Ik werk graag met Harry. Harry is een wonderlijker componist. We zochten een zeer minimale soundtrack, dat versmolt met de sound design. Ik heb ook al veel gewerkt met Tim Barker, mijn sound editor. Hij en Harry hebben al samengewerkt op The Arbor en op een ander project. We zorgen er dus voor dat de sound design en soundtrack compatibel zijn. Hij is zo subtiel dat je soms niet doorhebt dat er muziek speelt. Kijk naar de scène waar – en dit is mogelijk een spoiler – Arbor de Giant verslaat. Er is een uiterst subtiele score dat naar een crescendo toewerkt. Je voelt het i.p.v. het te horen.

De muziek was ook prachtig verwoven met de landschappen in de film. Uitte deze landschappen voor jou meer dan pagina’s dialoog?

CB: Het is iets dat Mike Eley, mijn director of photography, en mezelf vaak over spraken voordat we gingen filmen. Ik was uiterst geïnteresseerd in de post-industriële vlakten en hun communicatie met de natuur daarrond. Ik was ook geïnteresseerd in de relatie tussen die landschappen en de twee jongens. De vrijheid die ze ervaren hierin met de kracht van zelfontdekking. Maar het mocht niet over-gestileerd zijn of duidelijk, het moest subtiel zijn. Ik wou ook heel wat filmen bij zonsopgang en -ondergang. Eén van mijn favoriete shots in de film is dat van de koeltorens in de mist met de schapen. En Nick Fenton, mijn monteur, is zeer sterk in het objectief bekijken van het materiaal. Hij was ook geïnteresseerd in de juxtapositie tussen die longshots en extreme close-ups.

Heb je een soundtrack uit het heden of verleden dat je nauw bij het hart ligt?

CB: Waar ik onmiddellijk aan denk, en dat komt door die films te bekijken met mijn kinderen, is het Officer Krupke-lied uit West Side Story. De lyriek is briljant en grappig en politiek sluw, met een diepe inzicht waarom deze jongeren als probleemjongeren gekwalificeerd worden. Mijn kinderen houden ook van de lyriek, ze zingen het continu. (Vertaling: Brian Windelinckx)

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.