Aan het woord: Katell Quillévéré

ABC Distribution

ABC Distribution

In competitie op het voorbije filmfestival te Gent, vormde Suzanne een aangename verrassing. Het stereotype sociaal melodrama werd verbroken in hoofdstukken en verwoven in psychologische ambiguïteit, waardoor jonge regisseur Katell Quillévéré aantoonde dat realisme en intellectualisme hand in hand kunnen gaan. Alhoewel de regisseur niet in Gent kon geraken om de pers te woord te staan, was ze deze week in Brussel om de première in te leiden. Wij hadden een babbel met haar.

Als ik me niet vergis is dit de eerste Quillévéré-film die we in België te zien krijgen?

KQ: De eerste werd eigenlijk wél gedistribueerd in België, maar niet zo goed. Ik denk dat niemand hem gezien heeft.

ABC Distribution

Als je jezelf moet introduceren aan het Belgisch publiek, hoe zou je dat aanpakken?

KQ: Ik heb mijn eerste langspeelfilm in 2010 gemaakt, genaamd Le Poison Violent, met Lio en Michel Galabru. De film werd eveneens vertoond op de nevenselectie “Quinzaine des réalisateurs” te Cannes (tegenwoordig “Semaine de la Critique,” nvdr). Sindsdien heb ik enkel Suzanne geregisseerd.

Vanwaar is de inspiratie voor Suzanne gekomen?

KQ: Ik had per toeval leesvoer ontdekt over vrouwen die het leven van grote, Franse criminelen hadden gedeeld zoals Mesrine, Charlie Bauer of François Bleys. Het verhaal van Jeanne Schneider heeft me geraakt. Zij was het liefje van Mesrine en heeft drie jaar in een Canadese gevangenis gezeten voor hem. Ze heeft genoeg kracht gevonden om hem uiteindelijk te verlaten, om haar eigen vrijheid en identiteit op te zoeken. Jeanne en soortgelijke hebben mijn Suzanne (gespeeld door Sara Forrestier) gevormd.

ABC Distribution

Samen met mijn co-scenariste, Mariette Désert, hebben we besloten om ons niet zozeer te focussen op de criminaliteit zelf – wat al veel in cinema voorkomt – maar meer aandacht te schenken aan degene die nablijven. Degene die Suzanne’s afwezigheid voelen omwille van haar chaotisch leven. Zo heb je de vader, gespeeld door François Damiens, die aanvankelijk enorm veel liefde krijgt van Suzanne en haar zus Maria (gespeeld door Adèle Haenel) omwille van het overlijden van hun moeder. Charlie, Suzanne’s zoontje, vergezelt later in de film ook het gezelschap . De film is dus een familiesaga en een liefdesverhaal in één geworden.

Zelf had ik het nog niet uit het Bonnie & Clyde-standpunt bekeken. Wat mij vooral is bijgebleven is het vrouwelijke ambigue uit de film, een wederkerend thema uit verschillende Cannes-films dit jaar. Is dit een belangrijk onderwerp voor u?

KQ: Ik heb het nooit zo theoretisch bekeken. Ik heb er wel voor gezorgd dat Suzanne’s vrouwelijkheid niet een tedere, leesbare vrouwelijkheid is. Voor mij moest ze een complexe vrouw zijn, dat ons zowel aantrekt als afstoot. Ik hou van dat idee, dat een hoofdpersonage ambivalent mag zijn. Zo wordt de empathie van de kijker niet éénduidig. Suzanne moest ook veel uit het leven weerkaatsen voor mij. We maken continu ambigue gebeurtenissen mee. We brengen zoveel tijd door tussen twee gevoelens door. Ik vind het interessant om dat over te brengen via film.

De film is dan ook zeer feministisch getint…

ABC Distribution

KQ: Ik vind het vreemd om over feminisme in film te spreken, omdat het geen deel uitmaakt van mijn agenda. Het is een term waar ik me niet goed bij voel. Ik sta erbij stil dat het als vrouw vandaag de dag nog steeds moeilijk is om bepaalde zaken te volbrengen, maar het maakt me geen feministe. Ik heb het geluk gehad om van het feminisme te erven. Feminisme is ontstaan dankzij de generatie van onze moeders. Daardoor lijkt het in Frankrijk ook niet nodig om een feministe in cinema te zijn. Ik ken geen enkele vrouwelijke cineast en leeftijdgenoot rondom mij die dergelijke last heeft ondervonden in haar regie, zoals Rebecca Zlotowski (Belle EpineGrand Central) of Céline Sciamma (van de gelauwerde Tomboy). Het zijn vrouwen van wiens cinematografisch talent ik onder de indruk ben. Er zijn heel wat jongens uit mijn generatie die ook talent hebben, trouwens.

De film bestaat uit een paar bekende en minder bekende gezichten. Kunt u ons iets over de casting vertellen?

KQ: De casting van de drie hoofdrollen is zeer snel tot stand gekomen. Ik heb het geluk gehad dat ik onmiddellijk positieve respons heb gekregen bij mijn drie eerste keuzes: Sara, François en Adèle. Voor het personage van Julien, de schurk die uitgroeit tot een crimineel, wou ik iemand ontdekken. Alsof Julien écht bestond, dat ik hem van straat had geplukt. Ik vond die illusie van werkelijkheid mooi. Ik heb bijna 200 jongens gezien voor Julien en ik heb énorm veel geluk gehad om Paul Hamy te ontdekken. We hebben heel veel voorbereidend werk gedaan. Als het liefdesverhaal tussen Suzanne en Julien niet geloofwaardig zou zijn, zou de film in elkaar zakken. We hebben tijd genomen om elkaar te overhalen dat het zou lukken.

ABC Distribution

Het resultaat mag er wel zijn: Paul staat op de shortlist van Meilleur Espoir Masculin voor de komende Césars…

KQ: Ja, dat is geweldig.

François Damiens is tevens een interessante casting-keuze. In België kennen we hem als komediant L’Embrouille en staat hij minder bekend voor zijn dramatisch spel. Hoe bent u op hem gekomen?

KQ: François had ik eigenlijk voor het eerst gezien in La Famille Wolberg van Axelle Ropert. Mijn ontdekking van François was dus als huisvader, als dramatische acteur, en niet als komediant. Ik heb pas later zijn carrière in de verborgen camera ontdekt. Ik heb er wel van genoten. Ik voelde ook dat ik familiair was met zijn leefwereld, alhoewel ik hem dat nooit gezegd heb. De aanwezige acteurs in een casting zijn er omdat ze ons aantrekken, en daarbij hoeft niet alles uitgelegd te worden. Onze werkrelatie is vooral ontstaan uit het scenario en de relaties in de film. Het was een zeer fijne ervaring om met hem samen te werken. Hij is een uiterst gevoelig persoon, met een buitengewone emotionaliteit. François is een grote acteur. Ik ben vereerd dat ik de kans heb gehad om samen met hem een personage te creëren en zijn dramaturgisch talent aan de man te brengen.

Het viel me op hoe het spel tussen de twee meisjes in de beginsequenties van de film zo natuurlijk overkwamen. Was er veel improvisatie in de film?

ABC Distribution

KQ: Om met kinderen te werken is er altijd improvisatie nodig. Ik probeer een klimaat neer te leggen dat heel ontspannen en vrij voelt. Zo geraken ze makkelijker in het spel. Niet noodzakelijk het acteerspel, maar spel als in spelen. Dat is ook de oorsprong van alles: het spel. Zo kunnen ze zich helemaal vergeten. Dat vergt heel wat flexibiliteit, want tegelijkertijd kent ieder zijn conflict en wat ze moeten behalen in de scène. Zo heb je één van de meisjes die in de keuken in tranen uitbreekt omwille van de leugens van haar zuster. De actrice wist dat ze moest wenen; dus je moet als regisseur een gezond evenwicht vinden tussen spel en werk.

In mijn recensie had ik u, als regisseur, tussen Maurice Pialat en Andrea Arnold geplaatst. Had ik daar gelijk in?

KQ: Voor Pialat zéker. Het is een belangrijke referentie voor mij. Hij is de eerste cineast die ik ontdekt heb toen ik tiener was. Hij heeft me zodanig geraakt dat ik zelf daardoor films wou maken. Ik heb een intimistische relatie met zijn oeuvre. Andrea Arnold is tevens een regisseur die ik aanbid. Ik heb al haar films gezien, ik vind ze zeer talentvol. Met mijn repertoire aan films – en dat zijn er maar twee – ga ik weliswaar mijn regie niet proberen te definiëren. Maar ik moet toegeven dat er een andere inspiratiebron is voor mijn films, mogelijk iets subtieler: het Hollywoodiaans melodrama. Denk Douglas Sirk of James L. Brooks, het zijn even belangrijke filmmakers voor mij als Pialat. Daar haal ik ook de lyriek en het romantisme van mijn cinemataal vandaan.

ABC Distribution

Ik vond dat er enorm veel knipogen naar Pialat’s A nos Amours! waren in de film. Gegeven uw voorliefde voor hem, zal dat wel juist zijn?

KQ: Inderdaad. Wat Suzanne aan A nos Amours! verbindt is de relatie met de vader. Beide films hebben de thematiek van vaderliefde, zelfs misschien een te grote liefde, waarbij de jonge vrouwen zich niet kunnen binden aan een man omdat ze steeds beschikbaar willen blijven voor de vader. In Suzanne is deze thematiek wel lichter dan in Amours, het vormt hier tevens niet de rode draad van de film. Suzanne kiest hier uiteindelijk voor een jongen die absoluut niet trekt op haar vader. Ze is opgegroeid om eerlijk te zijn en kiest voor een delinquent. Er is een opstand tegenover haar vader.

Aangezien de film 25 jaar overbrugt zijn de muziekkeuzes wel belangrijk. Kunt u ons hier iets over vertellen?

KQ: Ik wou er een heel generationele film van maken. Suzanne heeft mijn leeftijd, een kind uit de jaren ’80. Het is een periode met belangrijke muziekgenres voor mij zoals Nirvana, The Pixies, Sonic Youth. Ik wou dit ook weerspiegelen in de film. Het reflecteert ook de energie van Suzanne en Maria. Ik heb ook met een groep gewerkt, genaamd Electrelane, of meer bepaald met hun leadzanger Verity Susman. Er was één lied, Suitcase genaamd, dat me geholpen heeft om de structuur van de film te bepalen. Sommige ritmes en sequenties waren op dit nummer bepaald. Eens ik begrepen had op welke plekken de film Suitcase nodig had, heb ik het lied verwijderd en aan Verity gevraagd om iets nieuws te componeren. Electrelane is zowel rock als romantiek en melancholisch, wat de film goed samenvat. De muziek structureert de film, maar werkt ook op het geheugen. Eenzelfde lied komt terug, maar gevarieerd, om bepaalde gebeurtenissen in het onderbewustzijn van de kijker te linken. Muziek heeft deze emotionele kracht. Cinema heeft dit nodig.

Ik eindigde mijn artikel met een waarschuwing: hou een oogje op die Quillévéré. Wat houdt de toekomst voor u in?

KQ: Het is nog iets te vroeg om het over de toekomst te hebben, meen ik. Momenteel gaan we nog een paar festivals afschuimen met Suzanne, daar concentreer ik me op.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.