Review blu-ray: Napoléon vu par Abel Gance – BFI release

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

David

David

Begin december bracht het alom gerespecteerde BFI Napoléon van Abel Gance uit op dvd en blu-Ray. Filmliefhebbers kunnen zich geen beter laat kerstgeschenk dromen dan deze absoluut verbluffende restauratie van één van de grote verloren meesterwerken uit de filmgeschiedenis – wie snel genoeg was kon trouwens ook nog een zitje te pakken krijgen voor de vertoning op groot scherm die het BFI opzette in Londen, ter gelegenheid van de release van de disc.

Regie: Abel Gance
Cast: Albert Dieudonné, Vladimir Roudenko, Edmond van Daële

Noot: dit is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen op Supercalifragilistic naar aanleiding van de unieke vertoning te Amsterdam onder begeleiding van een live orkest. De triptiek-ervaring op groot scherm valt absoluut niet te evenaren, maar verder biedt de blu-ray u wel de gelegenheid om de film eindelijk te ontdekken, is de digitale transfer van uitstekende kwaliteit (de contrastwaarden zijn een pak beter dan die van de versie die in Amsterdam te zien was) en is de nieuw opgenomen  7.1 soundtrack een lust voor het oor.

In dit tijdperk van dvd, blu-ray, vod en al dan niet legale streaming, lijkt het onwaarschijnlijk, maar nauwelijks drie decennia geleden moest je als filmfan vaak jaren wachten om een bepaalde titel zelf te kunnen beoordelen. Een vertoning in het filmmuseum of een herneming op een festival, waren vaak de enige manier om deze of gene klassieker te aanschouwen, daar de beschikbaarheid op video vaak zeer beperkt was en een vertoning op televisie vaak oneindig lang kon uitblijven. Zo waren een aantal sleutelfilms van Alfred Hitchcock jarenlang uit roulatie en kon het dus best zijn dat je vijf of zes jaar kon wachten voor je Vertigo of Rear Window eindelijk kon bekijken.

Zelfs nu de grote studio’s gretig investeren in de digitalisering van hun catalogus en er luxueuze edities te vinden zijn van films die vaak jarenlang van de radar verdwenen waren, zijn er nog titels die het hart van elke rechtgeaarde filmfan sneller doen kloppen. Napoléon van Abel Gance, moet zowat de Helige Graal zijn voor elke cinefiel.

In 1925 verwierf Gance een gigantisch budget om het leven van Napoléon Bonaparte te verfilmen in zes delen. Dat budget bleek echter nauwelijks te volstaan om de eerste film te financieren, die in 1927, na eindeloze productieperikelen, in première ging. De exuberante lengte en het gebruik van verschillende projectoren – waarover later meer – zorgden er voor dat de verdeler nauwelijks commerciële mogelijkheden zag en dus drastisch de schaar zette in het epos. Er circuleerden versies van zowel 3 uur als 9 (!) uur lang en na enige tijd was het nauwelijks nog mogelijk een soort definitieve cut van de film te identificeren. Het hielp ook niet dat Gance zelf één en ander probeerde te redden door in 1935 een versie mét geluid uit te brengen en aan het eind van zijn leven zelfs zo ver ging sommige scènes integraal opnieuw op te nemen, teneinde alsnog zijn meesterwerk te rehabiliteren.

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

In de loop der jaren raakte het materiaal hopeloos verspreid en overleefde Napoléon enkel nog in fragmenten. Kevin Brownlow (nu een autoriteit ter zake, toen enkel een gepassioneerd liefhebber) vertelt hoe hij zestig jaar geleden een klein stukje zag van de film, die hem vervolgens nooit meer zou loslaten. Hij besloot op zoek te gaan naar zo veel mogelijk bewaard gebleven opnames en laat niet na te wijzen op de rol van Jacques Ledoux, de toenmalige directeur van het Brusselse filmmuseum, die als één van de weinigen geloofde in zijn opzet en zijn invloed aanwendde om musea over de hele wereld aan te zetten hun medewerking te verlenen aan het project.

In 1981 – ruim een halve eeuw na de première dus – stelt Brownlow in New York een eerste gerestaureerde versie voor die afklokt op ongeveer 4 uur (een impressie van dat gigantische evenement kan u nog steeds terugvinden op de site van wijlen Roger Ebert via deze link). Gance zelf stierf twee weken na deze vertoning. Op zijn tweeënnegentigste maakte hij dus in extremis nog het eerherstel van zijn grootste  film mee.

Supercalifragilistic/Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Supercalifragilistic

Kevin Brownlow steekt niet weg dat het werk absoluut nog niet ten einde is. In de volgende twintig jaar doken her en der steeds nieuwe fragmenten op. Nu Brownlow uitgroeide tot een gevestigde waarde, bleken archieven ook steeds vaker bereid actief mee te werken aan het herstellen van zo veel mogelijk delen van de film. Aan het begin van het nieuwe millennium werd een nieuwe print voorgesteld, die niet minder dan 5,5 uur duurt. Die versie werd evenwel nog maar een paar keer vertoond. Vorig jaar was er een screening in Londen en op 15 juni 2014, werd Napoléon voor het eerst sinds mensenheugenis vertoond op het Europese vasteland. Filmhistoricus Roel Vande Winkel voorzag de gebeurtenis van een gedetailleerde inleiding en het orkest onder leiding van componist en dirigent Carl Davis, stond in voor de monumentale muzikale omkadering van een event waarvoor je enkel het cliché ‘Napoléon zien en sterven’ kan bovenhalen.

Voordat hij de gigantische productie van Napoléon aanving, had Abel Gance faam verworven met titels als La Roue, J’accuse en La diexième Symphonie. Die werken maakten van Gance een pionier van de zogenaamde impressionistische stroming in de Franse film, waaraan de eminente filmhistoricus David Bordwell een uitgebreid hoofdstuk wijdt in zijn standaardwerk  Film History – an introduction. Gance, maar ook cineasten als Germaine Dulac en Marcel L’Herbier, geloofden sterk in de mogelijkheden van het toen nog jonge medium om de emoties en gedachten van de hoofdpersonages te verkennen. Ze maakten veelvuldig gebruik van in elkaar vloeiende beelden en nieuwe manieren van monteren, om op die manier de gemoedstoestand die bij een scène hoorde optimaal te visualiseren. Abel Gance was een absolute meester in het ontdekken van inventieve en vernieuwende manieren om deze impressies naar het scherm te vertalen, waardoor het bekijken van Napoléon ons als kijker ook getuige laat zijn van de geboorte van een nieuwe filmgrammatica. Traditioneel wordt die verwezenlijking – ten onrechte – uitsluitend toegeschreven aan de Amerikaan David Wark Griffith, die zelf met plezier bijdroeg aan die mythevorming. De geschiedkundige waarheid is veel genuanceerder en hoewel het belang van Griffith onder geen beding mag worden onderschat, is het zeker zo dat tientallen andere – veelal Europese – cineasten een minstens even belangrijke rol gespeeld hebben in het uittekenen van de filmtaal die we nu nog altijd gebruiken. La Roue ontlokte dichter Jean Cocteau niet voor niets de uitspraak ‘Er is film voor en na La Roue, net zoals er schilderkunst voor en na Picasso is’. De zoektocht naar de onontgonnen mogelijkheden van het medium, bereikt in dit eerste deel van het nooit voltooide zesluik een absoluut hoogtepunt.

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Van bij de start trekt de regisseur dan ook alle registers open. We zien hoe Bonaparte zijn jeugd doorbrengt in een streng jongensinternaat in Vienne en daar tijdens een heroïsch sneeuwgevecht meteen zijn militaire genie tentoon spreidt. De aanvallen en listen van de twee groepen jongens versmelten tot een caleidoscoop van acties en bewegingen, die zowel in het beeld als op het terrein gedomineerd wordt door de koppige generaal-in-spe. Die opening introduceert meteen ook een aantal elementen die steeds zullen terugkeren: de tegenstanders op het schoolplein worden ook antagonisten in het latere leven en de keukenhulp die toekijkt, blijft een bevoorrechte getuige van cruciale momenten later in de film. Het mooiste beeld in die eerste veertig minuten, is echter dat waarop we de jongeling zien die in een gedempt licht de slaap zoekt, gelegen op een kanon en geflankeerd door zijn adelaar – een symbool van goddelijke kracht dat bij elke grote triomf van de militaire leider opnieuw opduikt.

Het mag duidelijk zijn dat de film de grote emoties zeker niet schuwt. Dit is een – naar moderne normen absurd devote – hagiografie van niemand minder dan de absolute redder des vaderlands, die hoog uittorent boven alle gewone stervelingen. De breed uitgesmeerde zielenroerselen en bombast zouden storend kunnen zijn, mocht Gance ze niet koppelen aan zijn cinematografisch vernuft, dat er voor zorgt dat we het opgeklopte patriottisme er met veel plezier bijnemen.  Zo worden we in de scènes op Corsica niet alleen overweldigd door de achtervolging te paard (waarvoor een camera op het zadel werd vastgemaakt), maar ook door het donkere silhouet van de in gedachten verzonken krijger tegen de achtergrond van de oceaan, een beeld waarvoor de pellicule een gepaste blauwe tint krijgt. Wanneer later Napoléon (Albert Dieudonné) in een gammele sloep moet ontsnappen aan zijn vijanden, combineert de cineast de storm op zee (toendertijd een absoluut huzarenstukje gefilmd in een watertank) met een woelige zitting in de zaal van de convention. Gance maakte hiervoor gebruik van een speciaal ontworpen slinger, om met de camera de bewegingen van de golven te imiteren in de zaal vol verhitte revolutionairen.

De dood van Marat, 1793, MSK Brussel

De dood van Marat, 1793, MSK Brussel

Gezien de specifieke periode, loopt de Franse revolutie als een rode draad doorheen de plot. Het strekt zeker tot aanbeveling vooraf nog even de opeenvolging van gebeurtenissen op te frissen (de conventie, de terreur, het directoire,…), daar het scenario ons vaak aan een sneltreintempo doorheen een stuk van de meest turbulente geschiedenis van Frankrijk loodst. De drie groten van de revolutie figureren dan ook prominent: Danton, de ideologische leider; Robespierre die honderden naar de guillotine zou sturen en Jean-Paul Marat, die door Charlotte Corday werd vermoord terwijl hij een bad nam. Een moment dat Abel Gance aangrijpt om door middel van belichting en compositie, het neoclassicistische doek De dood van Marat van Jacques-Louis David te evoceren.

De revolutie verschaft ook een vroeg hoogtepunt, wanneer het morrende volk de Marseillaise aangeleerd krijgt, badend in het gedempte licht dat invalt door de glasramen van de kerk (de pellicule is hier geel getint om het effect te versterken). Die massataferelen worden in handen van de Franse meester absolute lessen in effectieve manipulatie van de gevoelens van de kijker en bieden aan het orkest de kans om op triomfantelijke wijze de forse beeldtaal te ondersteunen. Ook hier schuwt Gance zeker het effectbejag niet: terwijl Napoléon Bonaparte de componist feliciteert (‘uw hymne zal mij menig kanon schelen’ stelt hij) zien we in overvloei hoe de Marianne – symbool bij uitstek van de revolutie – de menigte aanvuurt in een pose die zowel gelicht is uit De vrijheid leidt het volk van Delacroix, als het standbeeld Marseillaise, vertrek van de vrijwilligers van François Rude.

Eén van de absolute hoogtepunten, situeert zich wat mij betreft halverwege, wanneer tijdens een stormachtige nacht, de onneembare vesting van Toulon – op dat moment in handen van Engelsen, Italianen en Spanjaarden – veroverd wordt door de revolutionairen. Het is een briljant, bijna vijftig minuten durend spektakelstuk, dat verplichte kost zou moeten zijn voor iedereen die gelooft dat stille films stoffige aangelegenheden zijn die thuishoren in een museum.

Supercalifragilistic

Supercalifragilistic

Tegen de tijd dat de ‘overwinnaar van Toulon’ zijn toekomstige echtgenote het hof heeft gemaakt en hij wordt aangevuurd door de geesten van gevallen vrijheidsstrijders om de revolutie over heel Europa te verspreiden, hebben we bijna vijf uur achter de rug. Op dat moment moet echter de grote apotheose nog komen. Napoléon is immers vooral beroemd omwille van een procedé dat zijn tijd vlot dertig jaar vooruit was. Omdat hij vond dat een dergelijk epos nood had aan een groter canvas, liet Abel Gance drie camera’s op elkaar monteren, elk gepositioneerd in een lichtjes afwijkende hoek. Op die manier sloten de beelden aaneen en werd bij het projecteren met drie toestellen een gigantisch widescreen panorama verkregen, dat pas zou geëvenaard worden in de jaren 1950, met de opkomst van Cinerama. Die zogenaamde triptiek, blijft ook met onze huidige technische mogelijkheden een uitdaging om te vertonen – al was het enkel al maar omwille van de enorme ruimte die vereist is om dit geheel op te zetten, wat een sessie in een reguliere bioscoop meteen uitsluit. De blu-ray van BFI respecteert netjes het 4:1 formaat dat eigen is aan de triptiek, waardoor u op uw scherm thuis op zijn minst een gevoel krijgt van de overweldigende kracht die uitgaat van dit procédé – niettemin: als u ooit de kans krijgt de prent op groot scherm te zien: aarzelt u vooral niet !

Supercalifragilistic/Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Supercalifragilistic/Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Tijdens dat laatste deel, overtreft de regisseur zichzelf ook nog in de manier waarop hij zoekt naar nieuwe vormen om met het beeld om te gaan. Er is uiteraard het gegeven van de immense taferelen waarin soldaten Italië binnen trekken, maar de manier waarop vervolgens met montage en gesplitste beelden een totaalervaring wordt gecreëerd, is zonder meer verbluffend. Hoewel dat soort anachronismen storend is voor elk rechtgeaard kunstwetenschapper, is het niet overdreven te stellen dat Gance een paar kunststukjes uit zijn mouw schudt die gerust kunnen naast moderne video-installaties gezet worden.

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Photoplay Productions/Kevin Brownlow Collection

Deze Napoléon, vu par Abel Gance is dan ook een film waarover enkel in superlatieven kan gesproken worden. Het is een overweldigende belevenis, waarvan de beelden dagen later nog steeds door je hoofd spoken en die met weinig andere kijkervaringen kan vergeleken worden. Een werkstuk ook dat aangeeft hoe het – in vergelijking met schilderkunst of muziek – relatief beperkte patrimonium van de filmkunst nog steeds veel geheimen uit de vroegste periode niet heeft prijsgegeven, als ze al niet volledig verloren zijn gegaan. Een absolute mijlpaal, die zoals Roel Vande Winkel het stelde bovenaan de bucket list van elke film-aficionado zou moeten staan.

British Film Institute

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.