Q&A Liam Neeson over Battleship

 

Battleship

Paramount

Liam Neeson kent in 1993 z’n definitieve doorbraak met de titelrol in Schindler’s List, het meesterwerk van Steven Spielberg over de Holocaust. Zijn carrière begon echter al zo’n 15 jaar daarvoor, met rolletjes in de jaren 80 in minder bekende prenten als Excalibur en Krull. In Darkman (1990), van Sam Raimi, kreeg hij al wat meer faam, maar hij begon dus pas écht potten te breken in Hollywood dankzij de zwart-witte klassieker van de man met de eeuwige pet. Zijn keuzes zijn niet altijd even koosjer (denk maar aan The Haunting of Love Actually), maar met rollen in blockbusters als The Phantom Menace, Batman Begins, en recentelijk nog in The A-Team hoeft er in ieder geval niet getwijfeld worden aan de populariteit van de Ier. Een van zijn meest recente rollen is die van Admiral Shane in Battleship. Het is naar aanleiding van de dvd-release van deze prent dat we met de acteur praten.

Q: Waarom wou je meewerken aan Battleship?

A: Ik weet nog dat m’n kinderen vroeger vaak met het spel speelden. Peter Berg, (de regisseur) is bovendien een goede vriend. Toen ik hoorde dat ik een admiraal zou spelen, dat er zou gefilmd worden in Hawaï en dat het maar één weekje werk zou zijn, heb ik geen seconde getwijfeld! De film doet ook denken aan die heroïsche oorlogsprenten van uit de jaren 40 en 50, die we de laatste tijd steeds minder zien, dus dacht ik, waarom niet?

Q: Je wordt de laatste tijd in het vakje van actiester geduwd, kan je daarmee leven?

Fox

A: Ik denk dat ik dat label meegekregen heb sinds Taken, wat toch wel als een rechttoe rechtaan actiefilm kan gezien worden. Ik dacht aanvankelijk dat die film voor de eerder anonieme dvd-markt ging gemaakt worden, waardoor ik uiteindelijk wel wou meedoen. Toen hij dan uiteindelijk zo een groot succes bleek, schaamde ik me er in het begin eerlijk gezegd wel voor. Maar hoe meer actiescripts ik kreeg toegestuurd, hoe meer ik me bij dergelijke rollen op m’n gemak begon te voelen.

Q: En wat vind je dan zo leuk aan dergelijke explosieve rollen?

A: Het geeft me de kans om weer jong te zijn! Maar ongeacht de fun kijk ik zelfs voor dit soort personages eerst en vooral ook naar de manier waarop ze zijn neergeschreven! Dus enkel als ik met het scenario akkoord ga, dan teken ik.

Q: Je bent bijna 60, maar zo zie je er helemaal niet uit. Wat is je geheim?

A: Je zou me moeten zien als ik opsta! Nee, serieus, ik doe niet echt iets speciaals. Vroeger trainde ik nog, maar daar ben ik mee gestopt. Dus what you see is what you get! Ouder worden doet je langs de andere kant wel nadenken over het leven en over de dood. Zeker ook als vader. Dus let ik wel een beetje op m’n gezondheid, en ben ik bijvoorbeeld ook gestopt met roken.

Fox

Q: Oei, dat zal dan wel geen gemakkelijke opgave geweest zijn voor je rol van Hannibal in The A-Team, iemand die toch wel bekend staat als een duchtig sigarenroker!

A: Man, zwijg… Ik had al iets proberen regelen met de man van de rekwisieten, om me een rubberen sigaar te geven of zo, maar daar wou Joe Carnahan, de regisseur niets van weten. Ik moest en zou echte sigaren roken! Heb ik afgezien!

Q: En waar ben je momenteel mee bezig?

A: Binnenkort neem ik de rol van LBJ in de film The Butler voor m’n rekening. Je weet wel, LBJ, ofwel Lyndon B. Johnson, de man die na Kennedy president van de Verenigde Staten was? Het is een film van Lee Daniels, die eerder ook al Precious maakte, en die het verhaal vertelt van een Afro-Amerikaan die, in de dertig jaar dat hij in het Witte Huis werkte, zou opklimmen tot persoonlijke butler van de president en dus heel wat interessante gesprekken uit het Oval Office moet hebben gehoord!

Q: Weet je nog de eerste keer dat je op een filmset stond?

A: Jazeker, dat was voor de film Excalibur, in Ierland. Die film brak echt een lans voor de Ierse filmindustrie. Ik weet nog dat John Boorman (de regisseur) kwam kijken naar Of Mice and Men, het stuk waarin ik toen samen met Gabriel Byrne speelde, en dat hij ons prompt castte voor z’n film! We hebben dus echt wel veel te danken aan John, niet alleen dankzij de kans die we toen kregen, maar ook door de tips en raad die hij ons als een soort van Merlijn meegaf.

Q: En keer je nog vaak terug naar Ierland?

A: Ik probeer toch zo’n twee keer per jaar terug te keren ja. Maar ik geef toe dat New York nu m’n thuis geworden is. Ik zou wel graag nog eens een Ierse film willen maken.

Q: Wanneer stond je nog eens op de planken?

A: Vier jaar geleden eigenlijk al, toen ik in New York iets van Beckett speelde. Ik maak me wel wat zorgen over het feit dat ik het niet echt mis. Het zou niet mogen in ieder geval en ik zou me beter weer eens op de planken gooien, terug naar het echte acteren. Toneel dateert tenslotte toch al van 3.000 voor Christus dus is het wel noodzakelijk vind ik als acteur om er af en toe de nodige eer aan te betonen. Ik ben er begonnen, en ik heb het gevoel dat het tijd wordt om er nog eens naar terug te keren.

Paramount

Q: Heb je nooit zin om zelf te gaan regisseren?

A: Neen, dat is niet echt mijn ding. Ik heb ooit, lang geleden, wel nog eens een videoclip geregisseerd maar toen werd al snel duidelijk dat ik niet echt in de wieg was gelegd voor een carrière achter de camera.

Q: Welke van je eigen films ben je het meeste trots op?

A: Ik heb het wel voor Michael Collins en Schindler’s List en The Grey. Het zijn stuk voor stuk films die er uit schieten. En dan vooral eigenlijk voor Schindler’s List, die me nauw aan het hart ligt om meer dan één reden. Het had een briljant scenario en het was ook schitterend om met Spielberg samen te werken. Het is ook een film die nog vaak wordt getoond in scholen en universiteiten overal in de VS. Ik weet niet hoe het zit in de rest van de wereld, maar in Amerika heeft de prent nog steeds een erg educatieve waarde, wat fantastisch is.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.