Review: Harry Potter and the Sorcerer’s Stone (Vier)

Warner Bros.

Zaterdag 22 september om 17.50 op Vier

Rating: ★★★☆☆

Verdiende de achtdelige Harry Potterfilmserie het om de succesvolste aller tijden te worden? Is deze fantasy-octologie nu echt 7.5 miljard dollar uit onze zakken waard? Verdienen J.K. Rowling en Warner Bros. écht al dat geld? Niet echt, nee.

De kans dat Harry’s brilletje en litteken ooit even iconisch worden als Darth Vaders helm of de Ene Ring van Sauron acht ik behoorlijk klein. Daarvoor is het geheel toch wat te episodisch. De thematiek niet geïnspireerd genoeg. De magie (niet dát soort magie, maar wel de magie die elke onsterfelijke vertelling schijnt uit te ademen) té schaars. Niettemin valt elke aflevering op zich (behalve dan het Deathly Hallows-tweeluik) best te appreciëren als een gezellige, doordeweekse tienerfilm. Om er meer waarde aan te hechten dan dat is een grote hoeveelheid kennis vereist van Rowlings toveruniversum – en dat is iets waar enkel kinderen over lijken te beschikken.

Harry Potter

Warner

The Sorcerer’s Stone, de prent die ons voor het eerst liet kennismaken met Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus (toen kon je oma nog volgen), heeft het meeste weg van traditionele jeugdfictie. De plot is allesbehalve origineel. Een meelijwekkende wees (Harry Potter, vertolkt door toekomstig miljonair Daniel Radcliffe) ontdekt tot zijn verbazing dat hij een beroemde tovenaar is. Een mysterie houdt Zweinstein in de ban: wat is de Steen der Wijzen en wie wil het stelen? Malafide nevenpersonages – dat blonde rotkereltje van een Draco Malfoy (Tom Felton) op kop – hebben het op de held gemunt. Een duister kwaad (Hij Die Niet Genoemd Mag Worden!) maakt zijn opwachting. Een trio slimme kinderen redt de dag. Niks speciaals allemaal. C.S. Lewis zette dit soort stuff al op papier toen Rowling nog geboren moest worden.

Regisseur Chris Columbus (Home Alone, Mrs. Doubtfire) maakt geen enkele onvergeeflijke fout maar neemt ook niet één risico. Het wordt dus ver zoeken naar een beetje suspense of een unieke atmosfeer (toch vrij belangrijk, aangezien dit het begin moest worden van een heuse franchise). Bovendien – en dit geldt in feite voor de hele reeks – werkt het boek veel beter als escapisme dan de film. De lezer kan zijn eigen fantasie projecteren op het boek, maar hier wordt de bloedeloze visie van Columbus aan ons opgedrongen. En de kleine Daniel tovert eerder een ver-van-mijn-bed-show op het scherm dan dat hij oprechte sympathie weet los te maken bij de kijker.

Veel meer dan de kindsterretjes zijn het dan ook veteranen als Robbie Coltrane, Richard Griffiths, John Hurt en Alan Rickman die met de film weglopen. (Vooral Rickman, die in de rol van Professor Snape voortdurend op hilarische wijze uit het niets opduikt om Harry enkele sinistere blikken toe te werpen… om vervolgens op al even hilarische wijze weer weg te sluipen.)

Conclusie: het boek is evenmin miljarden waard, maar het is in ieder geval beter dan deze film. Hoe duur de sets, de effecten, de kostuums, de make-up en John Williams’ soundtrack ook mogen geweest zijn…

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , ,

Comments are closed.