Review: The Forbidden Kingdom (2BE)

Lionsgate

Zaterdag 3 november om 20.45 op 2BE

Rating: ★★★☆☆

Op Bruce Lee na zijn Jackie Chan en Jet Li ongetwijfeld de voornaamste hall of famers van de Hongkongse knokcinema. Een confrontatie tussen de twee helden is dus lange tijd een natte droom geweest voor de fans, vooral vanwege de flagrante contrasten. Bijvoorbeeld: Chans voorliefde voor het gebruik van de gekste rekwisieten als wapens staat compleet haaks op Li’s enigszins academische vechtstijl. En terwijl Chan iedere mep uit zijn carrière al grinnikend heeft uitgedeeld, kon er bij Li vrijwel nooit een glimlachje af. (Wanneer het wushu-icoon het in The Forbidden Kingdom alsnog op een gênant gieren zet, begrijpen we meteen ook waarom het er nooit afkon).

Om met de deur in huis te vallen: hun langverwachte samenspel levert lang niet het verhoopte explosieve vuurwerk op. The Forbidden Kingdom valt eigenlijk zelfs vrij dik tegen, op een paar fijne momenten na (waaronder één bizarre scène waarin Li om onverklaarbare redenen op Chans gezicht urineert). De film is géén knetterende clash van stijlen, géén epische krachtmeting tussen iconen en géén onvergetelijk kungfutraktaat. De prent draagt vooral de stempel van Jackie Chan (in drunken boxer-modus) en bij uitbreiding die van het machinale monster dat men Hollywood noemt, de commerciële kolos waar Chan ergens in de jaren negentig zijn ziel aan heeft verkocht. De hoofdrol is trouwens niet eens voor één van beide idolen weggelegd, maar wel voor de jonge Michael Angarano.

Lionsgate

Jason Tripitikas (Angarano) is een onzekere tiener uit South Boston die zijn vrije tijd doorbrengt in de videotheken van Chinatown. Hij is een verwoed liefhebber van Chinese wuxia-films, maar heeft de hoop opgegeven om zelf ooit een Oosterse gevechtskunst onder de knie te krijgen. Het is te zeggen: tot hij op een dag door een stel diefjes in elkaar gehengst wordt en het bewustzijn verliest.

Jason wordt namelijk niet wakker in Boston, maar wel in het mythische, feodale China. Hij krijgt te horen dat het zijn heilige missie is om een mysterieuze staf terug te brengen naar de Apenkoning, een God die door de kwaadaardige Jade Krijgsheer in steen is veranderd. Voor hij het weet wordt hij onder de hoede genomen van twee kibbelende leermeesters (Chan en Li) en vangt zijn gevechtstraining aan.

Er is duidelijk veel geld en arbeid gekropen in de choreografieën en de production design, maar desondanks is The Forbidden Kingdom verre van de ultieme martial arts-prent. Zo kan je al van bij de begintitels voorspellen dat die loser van een Jason zal uitgroeien tot the One. De verwikkelingen volgen elkaar bovendien in een té hoog tempo op, en de toon zwaait voortdurend van ironie naar zwaarwichtigheid en omgekeerd. Het Amerikaanse zedenlesje (‘Je moet voor jezelf leren opkomen!’) vormt een irritante hinderpaal voor je inlevingsvermogen (méér nog dan die onnozele Apenkoning). En met alle beuzelpraat over Taoïstische onsterfelijken en magische kamehameha-trucjes heeft het geheel meer weg van Mortal Kombat of Dragonball Z dan van de ambachtelijke kungfufilms waar Chan en Li hun faam mee hebben verworven.

Maar goed, dat alles kan ook gezegd worden over Kung Fu Hustle of Kung Fu Panda, en die twee filmpjes zijn óók niet volstrekt ongenietbaar. Bestel dus een paar dampende pakken kikkerbilletjes met rijst bij de Chinees, neem er een zak krupuk bij met dipsaus en laat u meevoeren naar het land van de Tijgerklauw, de Bidsprinkhaan, de Dronken Boksstijl en de Zwevende-kraanvogel-techniek (of zoiets). U zal zich geenszins stierlijk vervelen, als u tenminste geen al te hoge verwachtingen koestert over dat zogezegd onmisbare treffen tussen twee meesters.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , ,

Comments are closed.