Review: The Lone Ranger

The Lone Ranger

Walt Disney

Rating: ★★☆☆☆

Exact tien jaar geleden vestigde Johnny Depp voorgoed zijn sterrenstatus met Pirates of the Caribbean. Omstreeks die tijd had Depp nochtans van niemand meer lessen te leren. Zijn cv telde al enkele tijdloze vertolkingen. En hele legers vrouwen wouden maar al te graag hun boerse vent inruilen voor de mysterieuze acteur.

Disney

Depp gold als een interessante naam in het filmwereldje. Maar hij was nog geen kip uit wiens poeper je op commando gouden eieren kon trekken. Tot regisseur Gore Verbinski hem vrij spel gaf om met het kohlpotlood van vrouwlief Vanessa Paradis aan de slag te gaan. Een onvergetelijk zwalpende Jack Sparrow was feit.

Daar hadden Disney en producent Jerry Bruckheimer wel oren naar. Er zouden nog drie Piratesfilms volgen. De vijfde is alweer besteld. Stuk voor stuk slappe sequelkoek. Hetzelfde kan gezegd worden van Depps rollenkeuzes. De kwaliteit van zijn films vertoont de laatste jaren een omgekeerd evenredige relatie met zijn faam.

Critici wetten dan ook de messen om The Lone Ranger gretig neer te sabelen. Want was deze vijfde samenwerking tussen Depp en Verbinski niet bij voorbaat gedoemd om te mislukken? Ik zou ze niet te eten willen geven, de zelfverklaarde meerwaardebezoekers die het de flop van het jaar noemden. Zonder dat ze hem überhaupt gezien hadden, dat spreekt voor zich natuurlijk.

Disney

Volgens de laatste berekeningen zou de film Disney achter laten met een verlies van 200 miljoen dollar. Maar genoeg gepalaverd. Zuigt The Lone Ranger nu werkelijke apenballen ter grootte van King Kongs Glockenspiel, of valt het allemaal nog mee? Zoals zo vaak het geval is, ligt de waarheid ergens in het midden.

Verbinski zag The Lone Ranger als een hommage aan de legendarische gelijknamige tv-serie. Zijn adaptatie begint met het verhaal van de bejaarde Comanche indiaan Tonto (Depp) die vanuit het San Francisco van 1933 terugblikt op zijn avonturen met de Lone Ranger. Daar maakte de regisseur al een eerste fout. Deze narratieve aanpak haalt aardig wat vaart uit de 149 minuten durende film.

We schrijven 1869. Arbeiders leggen de laatste hand aan de Transcontinental Railroad. De bende van überboef Butch Cavendish (William Fichtner) wil het Texaanse stadje Colby zien branden. Dat lukt nog aardig, want ze hebben het integrale Rangerscorps afgeknald. Op 1tje na dan. Plaatsvervangende ranger John Reid (Armie Hammer) wordt door Tonto en een of ander wit spookpaard uit de (schijn)dood gehaald. Vastberaden om slechterik Cavendish in te rekenen: enter the Lone Ranger.

It was a ranger, riding a white horse. Got some lunatic indian with him. They’re coming for you.

Disney

Titelpersonage Armie Hammer kennen we uit The Social Network, waar hij in zijn uppie de genaaide Winklevoss-tweeling vertolkte. Hier zien we hem de standaard held spelen, onwrikbare morele principes, een ongezond gerechtigheidsgevoel, houterig gedoe: daar moet ik geen tekeningetje bij maken. Indien wel, zou ik jullie een Orlando Bloom met een cowboyhoed en een klappistooltje neerkrabbelen.

Bij de hele film hoef ik trouwens geen tekeningetje te maken. The Lone Ranger drijft op standaard Disneygrappen, voorspelbare pretparkactie, slechteriken die veeleer lachwekkend dan imponerend zijn, en de obligate dame in nood (Ruth Wilson). Tussendoor komt er ook wat droevige indianengeschiedenis (heeft die Gil Birmingham eigenlijk ook films waar hij géén indiaan speelt?) aan bod. Dit alles begeleid door een consistente score van Verbinski’s vaste huiscomponist Hans Zimmer.

De film is zeker niet zo grappig als de allereerste Pirates. Maar ook niet flauwer dan de laatste Pirates. Anders gezegd: hier en daar konden er enkele zuinige lachjes van af. Die stonden steeds op het conto van Depp. Luid gelachen toen Tonto John een bitchslap gaf. De grens tussen humor en leedvermaak is dun. Dat Depp de hele film met een dode kraai op zijn hoofd rondloopt heeft dan weer weinig meerwaarde. Maar beweren dat Depp vandaag een zielige parodie van zichzelf is, lijkt me nu ook weer wat overdreven.

Disney

Verder verdient Helena Bonham Carter een kleine vermelding. Ditmaal speelt ze een hoerenmadam met een ivoren beenprothese, dat parttime als schietijzer fungeert. Alleen heeft Bonham Carter te weinig schermtijd om te imponeren. Bovendien moet je al van goeden huizen komen om Rose McGowans schietende prothese uit Planet Terror te overtreffen.

Kort samengevat had ik deze film met gemak tot een hoopje fecaliën kunnen herleiden. Maar dat zou de waarheid geweld aan doen. Meet the SpartansGigli en Twilight Saga: Breaking Dawn Part 1, dát zijn strontfilms. The Lone Ranger is gewoon een minder geslaagde zomerblockbuster. Door de Amerikaanse critici en het veelgeplaagde productieproces al bij voorbaat geboren in de voltooid verleden tijd.

Nu, als je gratis naar de film kan, heb je natuurlijk gemakkelijk te praten om een vermeende flop het voordeel van de twijfel te geven. Maar die luxe is ook in jullie handbereik, want Supercalifragilistic is altijd op zoek naar nieuw bloed!

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , , , , ,

Comments are closed.