Cineasten uit mijn stad: Alex Stockman (1)

Corridor

Ons land is rijk aan getalenteerde regisseurs. Het verschijnt tegenwoordig vaak genoeg in de media. Een Oscarnominatie voor Rundskop, vijf Waalse films geselecteerd voor Cannes en een recordaantal Vlaamse films op het Gentse filmfestival. Zoals we heden ten dage gewoon zijn gaat het steeds over de gemeenschappen en nog zelden over de Belgische cinema. Die seperatistische trend volgend, schrijf ik over de Brusselse film.

Bij mij om de hoek op de Quai du Commerce woont Alex Stockman (°1962). Hij begon zijn filmcarrière als recensent bij Humo maar wist toen al dat hij zelf ook de magie naar het scherm wilde brengen. Schrijven was voor hem een manier om na te denken over het medium. Filmschool had hij immers niet gevolgd. De programmatie van het Brusselse filmmuseum (nu de Cinematek) had hem de stiel aangeleerd. (o.a. Filmmaker Carlos Reygadas is naar eigen zeggen ook opgeleid door zijn filmervaringen in de Brusselse Cinematek).

Cinergie

Meestal betuigt Stockman in zijn schrijfsels de liefde voor de cinema. ‘Maar met de job ben je verplicht ook te schrijven over wat je niet aanspreekt.’ Gelukkig voor hem maar minder voor de lezer neemt zijn broer, Eric Stockman, dat van hem over. Zo kan Alex nog uitsluitend met de liefde bezig zijn.

Stockmans eerste stappen in het filmmaken zijn de twee kortfilms Violette (1995) en In de vlucht (1997). Beide in het Brusselse decor opgenomen. Voor In de vlucht werkt hij samen met Stefan Perceval waaraan hij verknocht blijft. Perceval mag de hoofdrol vertolken in Stockmans eerste langspeelfilm: Verboden te zuchten (2001). Om die te produceren stampt hij het productiehuis Corridor uit de grond. (Corridor zal ondermeer Bruxelles, mon amour (2001) en Anyway the wind blows (2003) produceren). Stockman houdt van zijn stad en Brussel neemt dan ook een prominente plaats in.

De 26-jarige Joris vertrekt na een relatiebreuk naar Portugal. Hij neemt afscheid van familie en vrienden maar stapt de trein niet op. In de plaats daarvan neemt hij zijn intrek in een hotelletje aan het Zuidstation. Zo wordt hij toerist in eigen stad. Stockman waarschuwt op voorhand: Verboden te zuchten. Het zapige tempo en het eerder karakter- dan plotgedreven verhaal maken dit pareltje niet voor iedereen. Toch schetst hij een voor velen herkenbaar gevoel. Na een relatie moet je verder. Zonder toekomstbeeld is dat moeilijk. Het verleden lijkt belangrijker. Joris blijft stilstaan in het nu. ‘Je moet iets doen, een doel hebben’, zegt zijn vader (Josse De Pauw). Maar Joris wil zuchten.

“Vader: Ge leeft nog.
Joris: Ik doe maar alsof.”

De mooie zwart-wit fotografie (Michel Baudour) en knappe soundtrack (Daan) voeren je mee in de weemoed van Joris. Het low-key acteren bekend uit de films van Bresson, Hartley en Kaurismaki komt misschien af en toe wat stroef over. Toch draagt het bij aan de apatische sfeer waarin Joris verkeert.

Verboden te zuchten wordt geselecteerd voor het filmfestival van Gent en Rotterdam maar wint er geen prijs. Zowel door critici als publiek wordt de film lauw ontvangen. Onterecht want dit is een kleinood dat blijft verderbestaan. Dit is eigenzinnige cinema. Door de tijden heen zullen gekwetste zielen zich blijven herkennen in Verboden te zuchten.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , ,

Comments are closed.