Sound-on-Film (1): Blow-Up

MGM

MGM

In de vroege jaren zestig gooide Michelangelo Antonioni hoge ogen met zijn succes-trilogie L’avventura, La Notte en L’eclisse. Daaropvolgend mocht de Italiaan drie Engelstalige films maken in opdracht van Carlo Ponti. In 1966 volgde de eerste: Blow-Up. Zabriskie Point en Professione: reporter (of The Passenger) waren de uitmuntende opvolgers. Het is voornamelijk Antonioni’s beeldesthetiek die geadoreerd wordt, maar de man is een echte auteur op alle vlakken, zo manipuleert hij ook de klankband vaak op geniale wijze.

Time & Life Pictures/Getty Images

De Engelstalige werken van Antonioni zijn net iets minder experimenteel en minder sober dan in de voorgaande periode. In Blow-Up vindt hij echter de perfecte balans tussen entertainende, spannende en intellectuele cinema. De drie Ponti-producties tonen dat Antonioni van alle markten thuis was en niet enkel schrijver was van een kroniek van de Italiaanse verveelde middenklasse. Mede dankzij het briljante camerawerk van Carlo Di Palma wint Blow-Up in 1967 de Gouden Palm en verdient de Italiaan een oscar-nominatie voor beste regisseur.

Blow-Up volgt Thomas, een modefotograaf die zich met de nodige flair in de decadente milieus van het swinging london beweegt. Als u de film bekijkt weet u onmiddellijk waar Austin Powers zijn mojo vandaan haalt. In tegenstelling tot Mike Myers‘ karikatuur lijkt Thomas zichzelf steeds meer te verliezen in het wereldje van drugs, sex en rock-’n-roll. Op een ongeïnspireerd moment, tijdens een doelloze wandeling door een park, maakt hij enkele foto’s van een verliefd koppel. Maar terug thuis ontdekt hij iets vreemd in de foto’s. Thomas is overtuigd dat hij een moord heeft gefotografeerd en begint als een gek uitvergrotingen (blow-ups) te maken van zijn foto’s. Elke uitvergrotingen wordt natuurlijk minder en minder scherp en Thomas keert al snel terug naar het park om zijn vermoeden (hopelijk) te bevestigen. Vervolg: hij vindt het lijk dat (misschien) te zien is op zijn foto, maar heeft geen fototoestel bij, wanneer hij later terugkeert is het lijk verdwenen en blijft onze fotograaf achter met enkele wazige afdrukken van iets wat al-dan-niet een moord was.

Het verhaal is hier heel beknopt verteld maar Antonioni’s punt is gemaakt. Hoe meer Thomas de foto uitvergroot hoe minder zeker hij wordt dat er daadwerkelijk een dode te zien is. Maar ook zijn eigen ogen lijken hem te bedriegen als bij zijn tweede bezoek aan het plaats delict het lijk verdwenen is. Het personage zijn obsessie met de foto toont ons hoe we de realiteit voortdurend vervormen met onze interpretaties ervan. Want zelf al zou er echt iemand vermoord zijn, begint Thomas deze queeste op basis van een fantasie over een paar pixels op fotopapier. Aan het einde weet de kijker dan ook evenmin of er nu daadwerkelijk een moord heeft plaatsgevonden of niet. En zoals gewoonlijk geeft Antonioni ons geen duidelijke antwoorden.

Ik geef toe: Antonioni is een persoonlijke held. Maar in dit artikel wil ik het in het bijzonder hebben over het magistrale gebruik van geluid aan het einde van het verhaal. Waar het de hele film draait om de interpretatie van beelden gebruikt de regisseur aan het einde nét geluid om zijn boodschap kracht bij te zetten.

Metro-Goldwyn-Mayer

Mijmerend door het park loopt Thomas een mimegroep tegen het lijf. Geloof het of niet, maar heel gewoontjes vat de bende een lekker wedstrijdje mime-tennis aan, inclusief doofstomme supporters-garde. Thomas lijkt weinig geïnteresseerd in het schouwspel, maar Antonioni zijn camera is dat wél. Zorgvuldig volgen we de fictieve bal over het net, alsof de bal écht geworden is. Antonioni lijkt ons te overtuigen dat datgene waarin je wil geloven écht kan zijn. Wanneer een tennisser de bal per ongeluk buiten het veld slaat manen de mimespelers Thomas aan om de bal te halen; een duidelijke uitnodiging aan het adres van de jonge fotograaf om deel te nemen in de fantasie van het mimespel. Thomas neemt de bal en gooit hem terug. De camera blijft nu ostentatief bij het hoofdpersonage en off-screen horen we het spelletje verdergaan.

Door Thomas in beeld te houden begrijpt de kijker dat het hier om een verandering bij Thomas gaat en niet om de mimegroep. Met behulp van geluid suggereert de regisseur dat het hoofdpersonage zich laat gaan en deelneemt in de fantasie van het mimespel. Antonioni betrekt hier ook op subtiele wijze zijn publiek in het verhaal. De kijker wordt mee verplicht om te geloven in de fantasie, want de voornaamste realiteit bij het mimespel is net dat er geen geluid aan te pas komt. Samen met het hoofdpersonage begint de kijker op dit moment te geloven in iets dat er eigenlijk niet is. Zoals ik eerder al aanhaalde staat betekenis niet vast in Antonioni’s films. Je kan speculeren dat Thomas het inzicht gekregen heeft dat alles om interpretatie draait of om wat je wíl zien. Maar je kan evengoed stellen dat het hoofdpersonage zijn voeling met de realiteit finaal verloren is.

Het mooie aan Blow-Up is net dat Antonioni alles in het midden laat. De Italiaan is berucht voor zijn open verhaallijnen, wat voor velen een turn-off is. Maar de kijker kan alles eindeloos opnieuw analyseren. Antonioni’s films zijn in mijn ogen dan ook tijdloos omdat ze conventionele vertelling overstijgen en tot een meer filosofische vraagstelling komen. En geluid speelt daarin op het einde van deze film een grote rol.

Interessante afsluiter: Brian De Palma eerde Antonioni 15 jaar later met zijn film Blow-Out (1981). In deze film neemt een geluidsman bij toeval een autocrash op waarin een belangrijke senator is verwikkeld. Net als het hoofdpersonage in Blow-up begint hij paranoïde te worden over deze opname. Hoort hij daar een schot? Later meer daarover!

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , ,

Comments are closed.