Danspartners Delvaux en Du Welz

20th Century Fox

Wie herinnert er zich Calvaire (2004), de Belgische horrorfilm van Fabrice Du Welz? De wagen van een charmezanger laat het afweten, ergens in ‘the middle of nowhere’. Noodgedwongen overnacht hij in een eenzame herberg naast een mysterieus dorp. De herbergier zal de nodige herstellingen uitvoeren maar daar komt niets van in huis. De zanger zit gevangen op deze onheilspellende plek. Langzaamaan verdrinkt hij in de psychopatische onderbuik van het platteland.

Een gekende set-up dus. Maar Du Welz brengt de horror geloofwaardig en met humor in beeld. In Calvaire klinken meermaals echo’s uit andere films. De hillbillies bijvoorbeeld, die een varken verkrachten, doen denken aan de ‘squel like a pig!’-verkrachtingsscène uit Deliverance (1972). Een tweede scène, door menig fans besproken en gesmaakt, is een absurd dansspektakel in een café. Daarvoor haalde Du Welz zijn mosterd bij een film van eigen bodem: Un soir, Un train… (1969) van André Delvaux.

Lumière

Delvaux was werkzaam in de jaren zestig tot negentig. Hij is één van de pioniers op gebied van internationaal gerenommeerde cinema uit ons land. Zijn werk laat zich niet eenduidig interpreteren. Films die zweven tussen herinneringen, dromen en fantasie. De subjectieve realiteit is de enige realiteit.

Un soir, Un train… gaat over een spaak lopende relatie tussen een professor in de taal en een actrice. Ze nemen samen de trein. De professor dommelt in. Wanneer de trein tot stilstand komt wordt hij wakker en is zij verdwenen. Hij verlaat het voertuig op zoek naar haar. Maar dan, zonder waarschuwing, rijdt de trein weg en bevindt hij zich – inderdaad – in ‘the middle of nowhere’. Hij strandt niet alleen. Twee andere verdwaalde zielen (toevallig een ex-student en een oud-professor) houden hem gezelschap.

20th Century Fox

Dit is het begin van een zoektocht die een analogie lijkt te zijn voor het einde van zijn relatie. Het wordt een trip doorheen een mistig landschap tot bij een mysterieus dorp. Daar komt hij op een voorstelling van een skydivingfilm terecht (waar haalt Delvaux dat toch?). Uiteindelijk, gedreven door grote honger, belandt hij met zijn kompanen in een lokaal restaurant. Er hangt een vijandige koele sfeer. En dan, een orkest, een hypnotiserende vrouw en iedereen danst.

De professor begrijpt niet wat er gebeurt. Hij tracht de situatie onder controle te krijgen maar wordt genegeerd. Zowel voor ons als kijker als voor het uiterst rationele hoofdpersonage komt de situatie des te absurder over. Het is een toppunt van onbegrip. De professor en de kijker beseffen de illusie niet waar ze zich in bevinden.

De ‘Mona Lisa-glimlach’ van actrice Adriana Bogdan werkt bovendien betoverend. Ze hypnotiseert zo de ex-student en de kijker. (Vijf jaar later mag ze terecht een hoofdrol vertolken in een Belle (1973), een andere liefdestragedie van Delvaux). Bogdan wordt subliem begeleid door de onheilspellende staccatomuziek van Delvauxs huiscomponist Frédéric Devreese.

De dansscène is een ommezwaai. Ze kondigt het einde van de film aan. Het absurde dat voordien enkel gesuggereerd werd is plots alomtegenwoordig. In die zin is het dansen bij Du Welz minder krachtig. Het werkt wel in het versterken van de bevreemdende toon van de film maar het is geen sleutelscène als bij Delvaux. Bovendien is bij Du Welz het hoofdpersonage niet aanwezig waardoor er van identificatie minder sprake is.

Het is maar om te zeggen: ‘De mooiste scènes zijn vaak diegene met een verleden. Scènes die niet los staan in een geschiedenis. Zo bij Delvaux het verleden van de professor, als bij Du Welz het verleden van de cinema.’

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , , , , , , , ,

Comments are closed.