Favoriete scène – Welcome to Jurassic Park

Universal

Universal

Met twintig kaarsjes op de verjaardagstaart en een re-release in 3D is Jurassic Park weer zo hip als met slogans bekladde vrouwenborsten. En daar wordt een mens alleen maar vrolijk van. Want Jurassic Park was en is nog altijd een big deal voor mij. Ik was één van die jongetjes die begin de jaren ’90 liever praatte over de Pachycephalosaurus en de Parasaurolophus dan over pakweg George Grün en Luc Nilis (dat geldt eigenlijk nog altijd). Alles wat dino was, was per definitie interessant, tot aan de Dinosauruskoekjes toe.

Universal

Eén probleem, om de honger te stillen moest je het doen met boeken en stoffige musea. De donderhagedissen effectief in actie zien, daarvoor kwam de mens simpelweg 65 miljoen jaar te laat. En film bood in die tijd nog weinig soelaas. Ofwel moest je het doen met oude zwart-witfilms waarin dinosaurussen houterig bewogen – en als kind is een zwart-witfilm sowieso saai, ook al gaat een T-Rex op de vuist met een knoert van een aap – ofwel met knullige animatieprenten zoals The Land Before Time. Maar in 1993 kwam een zekere Steven Spielberg met Jurassic Park op de proppen, een verfilming van het gelijknamige boek van Michael Crichton. En hij beloofde om met (toen) revolutionaire computereffecten en verbluffende animatronics de dinosaurussen levensecht op het scherm te toveren (toegegeven, ondergetekende heeft toen hij de eerste foto’s zag heel even gedacht dat Spielberg er in geslaagd was om echt dino’s te kweken en te trainen voor zijn film, maar dat was echt maar heel even en ik was bovendien amper 13). En my god, de Baard hield woord. Ook al is Jurassic Park verre van een perfecte film – het scenario rammelt en de personages hebben de diepgang van een dessertbordje – de dinosaurussen vertrappelden enthousiast elke kritiek en lieten spontaan ogen uit hun oogkassen donderen. Filmmagie op zijn allerpuurst.

Universal

Het absolute hoogtepunt van de film is zonder twijfel de aanval van de T-Rex op de auto’s van de bezoekers, maar er is één scène die de magie nog net iets tastbaarder maakt. En dat is het moment dat het clubje genodigden – dat er is om een discussie met de *geeuw* verzekering uit te klaren – de eerste dinosaurussen zien. Het is een perfect moment waarop je als kijker bijna hetzelfde ervaart als de personages op het scherm. Tot dan is er, op het vuilgele oog van een Velociraptor na, nog niks te zien geweest van de prehistorische dieren. En Spielberg verpakt zijn onthulling meesterlijk. Hij bouwt eerst de spanning op door enkel de focus te leggen op de reacties van zijn personages en stelt zo de reveal zenuwslopend lang uit. Maar wanneer het majestueuze thema van John Williams klinkt, knipt Spielberg naar de ware sterren van zijn film. En net als Alan Grant (Sam Neill) en Ellie Satler (Laura Dern) zit je vol ongeloof en verbazing te kijken naar de voorbij schrijdende Brachiosaurus. En ook wat volgt, zit vol leuke touches: Grant die even duizelt wanneer hij hoort dat er een T-Rex in het park zit, dat heerlijk theatrale “Welcome to Jurassic Park” van Hammond (Richard Attenborough) en uiteraard, terwijl het Jurassic Park-thema zijn hoogtepunt bereikt, de wide shots van de kuddes Brachiosaurussen en Parasaurolophussen. Tientallen keren heb ik die scène ondertussen gezien en tot op vandaag blijft ze de ziel beroeren.

Dus ja, ik koop me straks nog eens een toegangsticketje voor Jurassic Park. Niet omwille van die toegevoegde derde dimensie – wanneer waait die plaag eindelijk eens over? – maar om nog één keer het hele avontuur op het grote doek mee te maken.
En om me nog eens twee uur lang twintig jaar jonger te voelen.

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...
TAGS: , , , ,

Comments are closed.